We leven in een tijd waarin bijna alles digitaal kan. Een beeld maken? Kan in een paar seconden. Een illustratie aanpassen? Lang leven CTRL-Z (Undo). Een perfecte lijn trekken. Geen probleem. Als je wilt, kan zelfs kunstmatige intelligentie in een korte tijd tientallen varianten bedenken voor je. Makkelijk toch?
Ondanks al deze mogelijkheden pakte ik de laatste tijd juist mijn iPad weer wat vaker. Niet om strakkere lijnen te maken of om alles perfect uit te werken. Nee. Eigenlijk juist vanwege het tegenovergestelde. Ik ben weer meer aan het tekenen met acryl brushes in Procreate. Brushes die niet proberen een perfecte digitale lijn te maken, maar juist wat textuur, beweging en rafelrandjes meenemen.
Hoe meer ik ermee werk, hoe meer ik merk dat ik daar behoefte aan heb. Aan een lijn die niet helemaal recht is. Aan een kleur die een beetje over de rand heen gaat. Aan een penseelstreek waarin je nog kunt zien hoe hij gezet is. Aan iets dat eruitziet alsof het door iemand is gemaakt. Ik sta hier niet alleen in, want met mij zijn er nog vele andere, gezien de (illustratie) trends in de markt en de grote hang naar handgemaakt beeld.

Waarom willen we weer iets zien dat met de hand is gemaakt?
Misschien komt het doordat we inmiddels zoveel perfecte beelden zien dat perfectie juist minder bijzonder is geworden. Dat klinkt misschien gek in een tijd waarin we technisch gezien alles kunnen maken.
Handgetekende illustraties, analoge fotografie, papierstructuren, ruwe typografie en zichtbare penseelstreken zijn echter weer volop aanwezig in beeldcultuur, branding en editorial design. Niet omdat we niet meer digitaal willen werken, maar omdat het net iets te afstandelijk voelt. Te gelikt.
We zijn gewend geraakt aan beelden waarin ieder detail klopt. Waarin iedere lijn gecontroleerd is en iedere kleur precies daar staat waar hij hoort. Terwijl het het juist interessant is als dat niet zo is. Die imperfectie is geen gebrek. Het is het bewijs van de menselijke hand.
Ik denk overigens niet dat we massaal terug willen naar de tijd vóór Photoshop, Illustrator en iPads. Daarvoor zijn digitale tools simpelweg te handig. De interessante ontwikkeling zit, naar mijn idee, ergens anders: we willen het beste van beide werelden. Een illustratie mag digitaal gemaakt zijn, zolang je de mens erachter maar kunt voelen.
Dat is misschien wel de belangrijkste nuance in deze ontwikkeling. De hernieuwde interesse in handgemaakt werk betekent niet automatisch dat iedere illustrator zijn computer moet wegdoen. Het gaat veel meer om het terugbrengen van karakter, een eigen handschrift en ook wel de tactiliteit (de tastbaarheid en de manier waarop een materiaal aanvoelt en een gewaarwording oproept bij aanraking).
Dat zie je momenteel op verschillende plekken terugkomen. In illustraties, animaties, branding, verpakkingen, editorial design en zelfs in digitale producten verschijnen steeds vaker de zichtbare penseelstreken, ruwe texturen, handgetekende typografie en andere elementen. Ze wekken de suggestie van een fysieke oorsprong, ondanks dat het digitaal gemaakt kan zijn. Ook trendanalyses voor 2026 signaleren een duidelijke belangstelling voor tactiele texturen en handgetekende elementen als reactie op de steeds verder digitaliserende beeldcultuur.
De menselijke hand in een tijd van AI
De timing is natuurlijk interessant. Juist nu generatieve AI het steeds makkelijker maakt om afbeeldingen te produceren, lijkt de waarde van het menselijke handschrift groter te worden. Die ontwikkeling is niet alleen in illustraties te zien.
Kijk bijvoorbeeld naar animatie. Grote producties gebruiken steeds vaker een combinatie van technieken om een meer illustratieve en handgemaakte uitstraling te creëren. Films als Spider-Man: Into the Spider-Verse hebben laten zien dat 3D en 2D-elementen uitstekend samen kunnen gaan. Tegelijkertijd blijven onafhankelijke animatiestudio’s werken met uitgesproken handgetekende stijlen.

Ook in videogames spelen vaak handgemaakte beelden een belangrijke rol. Neem bijvoorbeeld Cuphead, hier is bewust gekozen voor de uitstraling van klassieke, met de hand getekende animatie van Amerikaanse tekenfilms uit de jaren 1920. Kenmerkend voor deze stijl is de rubber hose animatie. Armen en benen zijn heel soepel en hebben geen botten, ellebogen of knieën.
De hang naar menselijke expressie zien we ook terug in de Australische animatieserie Bluey. Deze is mede dankzij kleurrijke 2D animaties uitgegroeid tot een wereldwijd succes en is geliefd bij zowel kinderen als volwassenen. Er komt in augustus 2027 zelfs een heuse film in de bioscoop, The Bluey Movie. Na het verschijnen van de eerste trailer in augustus 2026 kwam er online flinke kritiek op gang toen de geliefde handgetekende 2D uitstraling een 3D transformatie had gekregen. Voor vele voelt dit te glad en te generiek. Of er hierdoor minder mensen naar de bioscoop zullen gaan is natuurlijk nog maar de vraag, toch is het tekenend dat er kritiek op wordt geuit.
In de reclame zien we eveneens veel kritiek wanneer er AI wordt gebruikt. Vorig jaar kreeg zowel Coca-Cola als McDonalds veel commentaar op het gebruik van AI tijdens de kerstcampagnes. De Nederlandse kerstcommercial van McDonald’s is na deze kritiek zelfs offline gehaald. Consumenten houden duidelijke niet van zoveel nep in de reclames. Het merk Hèrmes dacht waarschijnlijk, dit zal ons niet gebeuren en huurde illustrator Sarah Martinon in. Samen met animator Armand Béraud werden de illustraties tot ‘leven’ gewekt. Sarah heeft zelfs een etalage handgeschilderd voor het merk. De reacties op het internet waren euforisch. Zo kan het dus ook.
Digitaal werken, maar je hand niet uitzetten

Hier zit voor mij de interessante tegenstelling. Ik ben als illustrator helemaal niet van plan om mijn computer of iPad de deur uit te doen. Ik denk ook niet dat de huidige interesse in handgemaakte illustraties een simpele verlangen naar vroeger is. We gaan niet allemaal weer met Oost-Indische inkt en een kroontjespen aan de slag (al is dat ook een mooie vorm).
Persoonlijk vind ik de hybride vorm juist interessant. Een schets op papier en daarna digitaal uitwerken. Zelf texturen schilderen en ze vervolgens in een digitale illustratie gebruiken. Een foto maken van een verfstreek en die als onderdeel van een compositie gebruiken. Of, zoals ik nu doe: digitaal tekenen met brushes die ruimte laten voor imperfectie.
Het resultaat hoeft niet letterlijk met de hand op papier gemaakt te zijn om toch handgemaakt te voelen. De techniek hoeft niet zichtbaar te zijn in het eindresultaat. Het gaat erom wat je met je werk wilt vertellen.
Misschien moeten we imperfectie weer toelaten
Alles kan groter (ja, ook het logo), kleuren kunnen met één druk op de knop worden aangepast, CTRL-Z en de lijn kan weer opnieuw worden getekend. Ontwerpers en illustratoren zijn zo gewend geraakt aan het hebben van controle. Hoe fantastisch dit ook is, een beetje controle los laten kan een kunstwerk soms net wat interessanter maken.
Pak eens een stuk papier en teken zonder eerst te bedenken hoe het eindresultaat eruit moet zien. Probeer eens een lagere stabilisatie in Procreate of laat je schetslijn erbij staan. Corrigeer niet meteen je vreemde penseelstreek of gebruik die ene brush die niet overal hetzelfde reageert. Het dwingt jezelf om te reageren in plaats van te corrigeren. Net even anders te kijken naar je eigen werk.
Een eigen handschrift wordt steeds waardevoller
Wat kan de gedachte zijn achter deze hernieuwde belangstelling voor handgetekende illustratie? Zijn het die sloppy AI posters, waar iedereen een hekel aan heeft gekregen. Steeds weer hetzelfde soort poster, waarvan overduidelijk is dat het met AI is gemaakt. Of zou het een nostalgie zijn naar vroeger? Ik denk eerlijk gezegd dat het meer een verlangen is naar iets eigens, iets met een duidelijk eigen handschrift.
Wat maakt jouw penseelstreek of lijnwerk net even anders? Waarom voelt een bepaalde illustratie echt als jouw werk? Hoe zie je duidelijk jouw ervaring van jaren tekenen terug in je werk? Dat zijn allemaal elementen die een stijl vormen. Dat zit niet in het gebruik van die ene speciale Brush, techniek of software. Dat zit in jou.
Kortom, ik teken weer meer met de hand. Of nou ja; met mijn hand op een iPad. Dat is wellicht de ironie van deze tijd. In een digitale wereld met allerlei digitale tools, zijn we toch weer op zoek naar onszelf; de menselijke hand.
Is dat erg? Nee. Zeker niet. Wat hoe digitaler onze visuele wereld wordt, het hoe niet allemaal zo gelikt en strak eruit te zien. Er mag juist wat ruimte voor het tegenovergestelde. Voor lijnen die een beetje wiebelen. Voor textuur. Voor toeval. Voor werk met een duidelijk handschrift. En die kleine imperfecties, dat maakt ons misschien wel het meest menselijke dat we als maker kunnen toevoegen.