Illustratie krijgt eindelijk de spotlight die het verdient
Als illustrator werd ik enorm blij toen ik hoorde dat Londen een nieuw museum opent dat volledig in het teken staat van illustratie: het Quentin Blake Centre for Illustration. Eindelijk een plek waar ons vak de erkenning krijgt die het verdient. Want laten wij wel wezen, illustratie zweeft een beetje tussen kunst, design en communicatie in. Dat mag best meer waardering krijgen. Zeker met de komst van AI, wat het vak toch heeft gedegradeerd.

Het nieuwe museum opent binnenkort in Clerkenwell, in een prachtig 18e-eeuws waterwerkgebouw. Binnen vind je tentoonstellingen, werkruimtes, een bibliotheek, café en tuin, alles gericht op het vieren en stimuleren van illustratie in al haar vormen. Het is een droom die al twintig jaar in de maak is, en eerlijk? Ik kan niet anders dan jaloers en trots tegelijk zijn.
Meer dan plaatjes: illustratie als cultuurdrager
Wat ik geweldig vind aan dit museum, is dat het illustratie niet ziet als decoratie, maar als een volwaardige kunstvorm. Tenslotte zijn illustraties, en illustratoren, een meester in het vertellen van verhalen via beelden; van kinderboeken tot redactioneel werk (editorial), van strips tot digitale visualisaties. Het raakt, informeert en inspireert.
Het museum is niet alleen een terugblik op het verleden, maar ook een springplank voor nieuwe stemmen. Hedendaagse makers zijn namelijk ook welkom. Dat is precies wat illustratie nodig heeft: ruimte om te groeien, te experimenteren, zichtbaar te zijn. Om te laten zien dat het meer is dan een simpele prompt.
Maar… waar blijft ons Nederlandse illustratiemuseum?
Na het lezen van het artikel over het museum in London kwam bij mij automatisch de vraag:
“Waarom hebben wij in Nederland nog geen museum dat illustratie centraal stelt?”
We hebben zoveel talent hier rondlopen. Denk aan onze rijke kinderboeken-traditie, aan striptekenaars, aan illustratoren die internationaal prijzen winnen. We hebben academies, festivals, maar geen fysieke plek waar al dit allemaal samenkomt. Tuurlijk, wij hebben een Street Art en Graffiti Museum (STRAAT Museum), waar je ook illustratief werk tegenkomt. Of Storyworld in Groningen, als combinatie voor strips, animatie en games. Maar dat is toch niet hetzelfde.
Een Illustratie Centrum Nederland zou een logische én inspirerende stap zijn. Een plek waar je niet alleen kunt kijken, maar ook leren, tekenen, ontmoeten. Waar kinderen workshops volgen, studenten inspiratie opdoen en professionals hun werk delen met het publiek.
Wat zo’n plek zou kunnen zijn

Ik zie het al helemaal voor me: Een oud industrieel pand in Amsterdam Noord, Rotterdam of Utrecht. Een open ruimte vol tekeningen, prints, digitale schermen, en een café waar schetsboeken openliggen. Wisselende exposities met zowel historisch werk (klassieke Nederlandse illustratoren) als hedendaagse makers; commissies aan nieuwe illustraties; samenwerking met uitgeverijen, scholen, ontwerpstudio’s.
Er is een archief met originele werken, een bibliotheek met illustratieboeken, en een studio waar kunstenaars in residentie werken aan nieuwe projecten.
Gratis of laagdrempelige toegang; workshops voor kinderen; illustrator-in-residentie programma; samenwerking met festivals (stripfestival, kinderboekenfestival), maar ook samenwerkingen met STRAAT Museum of Storyworld zou fantastisch zijn.
Het zou niet alleen een museum zijn, maar een levende plek. Een centrum waar illustratie als cultuurvorm zichtbaar, tastbaar en ervaarbaar wordt.
Ik geloof dat we dit als creatieve gemeenschap samen kunnen aanjagen. Als illustratoren, ontwerpers, uitgevers, scholen en liefhebbers. Door te praten, ideeën te delen, en misschien wel de eerste stap te zetten richting een Nederlands illustratiemuseum.
Want als Londen het kan, waarom wij dan niet? 🇳🇱